De kou (2)

We woonden in Wapenveld in een eengezinswoning waar het in mijn herinnering vaak koud was. Ook gedurende de strenge winter van 1963 woonden we in dat huis en ondanks het feit dat ik slechts drie jaar was komen er af en toe van die onuitwisbare geheugensporen bij me op.

In het hele huis stond een kachel: een kolenkachel. Deze kachel stond in de woonkamer en moest elke morgen opnieuw worden aangestoken. Voordat we naar school gingen was er die vochtige kou en dat ritueel van de aslade legen en de kolenkit vullen wat werd beloond met een zich zeer langzaam verspreidende warmte.

Op onze slaapkamers stonden de ijsbloemen op de ramen. Mijn bed was zo verschrikkelijk koud dat het een uur duurde voordat ik het warm had. Soms kregen we een kruik in bed. “Els (mijn moeder), mag ik een kruik?

In mijn herinnering kleedden wij ons altijd aan bij de kachel. In de wintermaanden volgde na het ontbijt een lepel levertraan. Niet die zoete met een sinaasappel smaakje maar van die echte vieze bittere olie; neus dicht en doorslikken!

Onze Score
Click om dit bericht te beoordelen!
[Totaal: 0 Average: 0]

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *