Mijn oma Miente en haar man hadden een huisvriend, een jongeman Bernard Mindlin genaamd. Bernard was heimelijk altijd al verliefd op mijn oma. Mijn oma speelde viool en kon prachtig tekenen. Na het overlijden van mijn opa Bram Jansma in 1939 nam hij de rol van kostwinner over.
Aangezien hij Joods was moest hij al snel onderduiken, dat deed hij in huis op de Admiralengracht achter een vertimmerd schot. In de oorlog werden naast Adam, mijn vader en hun zus Hella nog eens twee kinderen geboren; Ernst en Marijke.
Bernard woonde (met ouders?) aan de Rijtuigenhof in Amsterdam. Hij was coupeur / kleermaker en werkte aan het Koningsplein. De ouders van Bernard kwamen uit Wit Rusland en hadden zich in Amsterdam gevestigd. Zij werden bij een razzia opgepakt en zijn in Sobibor vermoord.

Al zijn broers hebben de oorlog overleefd.

Max Mindlin

Bernard

Bernard is altijd mijn opa geweest, van hem leerden we Joodse/Jiddische humor, de witzen die hij keer op keer vertelde. Bernard en Mien (zo noemden wij ze ook) waren de opa en oma waar je op hun beider verjaardag groentesoep kreeg gevolgd door een verrukkelijke Kugel die al minstens anderhalve dag zachtjes op een oliestelletje in de schuur had staan pruttelen.
Natuurlijk was de oorlog nooit ver weg, op verjaardagen ging het altijd over (wereld) politiek, goed en kwaad, onderduiken, collaboratie en verzet.