Voeten, schoenen en steunzolen

Als kind was ik een moeilijk ventje en had daarbij ook moeilijke voeten. Afgezien van het feit dat mijn voeten groot waren, waren ze plat. Ik kan me niet anders heugen dan dat mijn broer en ik, hij was ook behept met dezelfde onooglijke schuiten, meestal met mijn moeder een hele reis moesten ondernemen om geschikte schoenen te vinden.

Toen we klein waren droegen we Piedro’s en Pinockio’s en ging de reis naar Deventer of Zwolle. Later, we waren slechts iets ouder maar de kinderschoenen ruim ontgroeid, werd er af en toe een soort bedevaartstocht ondernomen naar Zwartjes in Amsterdam. Vaak werd dit dan gezellig met een familiebezoek gecombineerd.

Toen het dragen van kinderschoenen met een goede pasvorm' encontrefort’ onmogelijk was geworden werden het gewone schoenen met daarin een steunzool. Voor het krijgen van steunzolen was het noodzakelijk om een orthopeed te consulteren. Mijn eerste kennismaking met zo’n duister figuur staat mij nog levendig voor de geest.

Ik was een jaar of zeven en belandde met mijn moeder in de polikliniek van een, in mijn ogen, zeer eng ziekenhuis in Amersfoort waar wij toen woonden. Er was een grote hal waar langs de muren allemaal mensen stilzwijgend zaten te wachten. In het midden van de hal stonden op een soort podium een paar stoelen met daaronder plastic. Aangezien er niemand op deze stoelen zat en het niet duidelijk was waarvoor ze bestemd waren gebeurden hier in mijn fantasie de meest vreselijke handelingen. Tegenover ons bevond zich de deur waarachter de orthopeed zich schuil hield.

Toen we eindelijk aan de beurt waren en we werden binnengeroepen verzocht een grijze, magere en streng uitziende man mij, vanachter zijn bril en bureau, mijn schoenen en sokken uit te trekken. Nauwelijks stond ik met mijn blote voeten op het koude zijl voor deze griezel of hij zei zoiets van: Oh jee, verschrikkelijk!' enIk heb het al gezien, dat word opereren!’, `Er is volgende week wel plaats’. Hevig geschrokken barstte ik in snikken uit en vluchtte, zonder mijn sokken en schoenen aan te doen naar buiten, even later gevolgd door mijn moeder die mij gerust stelde door te zeggen dat ik niet geopereerd zou worden als ik dat niet wilde.

Later ben ik daar nog wel eens terug geweest en moest ik op zo’n stoel in het midden plaatsnemen. Mijn broer en ik zaten in die hal op een troon met een gemengd gevoel van trots, iedereen keek, en angst voor wat komen zou. Een zich vriendelijk voordoende man begon je voeten in te zwachtelen met gipsverband dat in een lauw badje werd gedrenkt. Het was een prettig en warm gevoel maar kriebelde ook zodat je na een paar vermaningen je voeten met de grootst mogelijke moeite stil kon houden. Na een paar weken kon je het resultaat van dat geklieder komen ophalen. De poli was niet vreemd meer dus bewoog ik mij met een air van ik heb dit alles al meegemaakt tussen al die onnozelen. Op afroep kreeg je een paar glimmende, met de hand uitgeklopte, steunzolen en werd er gekeken of ze pasten. Ik was er zelfs een beetje trots op.

Het kopen en passen van schoenen was echter altijd een gênante bezigheid omdat je altijd die glimmende protheses uit je oude schoenen moest toveren en ze dan, onder de wat verwonderde blik van de charmante verkoopster, in de te passen schoenen moest doen. De aanschaf ging gepaard met het drukken op neuzen en voelen naar tenen en werd voorzien van verwarrend commentaar over uitlopen, inlopen en gewenning. Deze hele vertoning duurde vrij lang en er moest in de winkel heen en weer worden gelopen waarbij mijn moeder ons nauwlettend gade sloeg om eventuele twijfel te bespeuren.

Dit hele proces herhaalde zich in diverse winkels tot het moment waarop een schoen werd gevonden die leuker was, voor zover dat al mogelijk was, dan alle voorgaande en iedereen zo murw was dat er een beslissing werd geforceerd. Ook al voelde ik mijn teen tegen de neus aankomen ik beweerde bij hoog en bij laag dat het wel ging en dat de schoen zo leuk was; ze lopen wel uit! Mijn broer en ik keken elkaar aan en begrepen van elkaar dat we bluften maar dat dit de enige manier was om er een eind aan te laten komen of om toch dat ene paar schoenen wat er wel aardig uitzag te bemachtigen.

Later mochten we alleen onze schoenen kopen en kwamen altijd thuis met schoenen die eigenlijk te klein waren. Mijn broer en ik steunden elkaar in de argumentatie voor de aanschaf en wisten de ergste argwaan weg te nemen door ons enthousiasme voor de nieuwe aanwinst te laten blijken.

Toch had het een en ander altijd wel een nasleep. De dagen volgend op de aanschaf waren er blaren of pijnlijke tenen zodat de nieuwe schoenen werden afgewisseld met de oude allemaal onder het mom van inlopen.

Onze Score
Click om dit bericht te beoordelen!
[Totaal: 0 Average: 0]

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *